Wat is artrose?

Een gewricht bestaat uit twee botuiteinden waar kraakbeen overheen zit. Kraakbeen is belangrijk omdat het schokken opvangt en omdat het ervoor zorgt dat u zich soepel kunt bewegen. Rondom het gewricht zitten het gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden. In dat gewrichtskapsel zit een soort smeermiddel dat ervoor zorgt dat het gewricht zijn werk doet. Bij artrose wordt het gewrichtskraakbeen dunner en neemt de kwaliteit ervan af. Het gewricht kan dikker aanvoelen door een uitstekend bot of door een gezwollen gewrichtskapsel.

Hoe vaak komt artrose voor en bij wie?

Artrose komt over het algemeen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Met name oudere mensen hebben er last maar ook bij jongeren en sporters met verschijnselen van overbelasting komt artrose voor. Als bijvoorbeeld iemand na een blessure te snel een geïrriteerd gewricht belast kan versneld artrose optreden.

Wat zijn de klachten en symptomen van artrose?

Als u last van artrose heeft, is het vaak moeilijk om te bewegen. Het meest voorkomende symptoom van artrose is pijn die optreedt wanneer u het gewricht langere tijd achter elkaar gebruikt. Die pijn neemt vaak toe gedurende de dag maar kan ook optreden wanneer u niets doet. Naast pijn kunt u ook last hebben van stijfheid. Meestal verdwijnt deze stijfheid als u even in beweging bent.

Heupartrose: bij heupartrose voelt u de pijn meestal in uw lies en aan de voor- en zijkant van uw heup. De pijn kan uitstralen naar uw bovenbeen of knie.

Knieartrose: bij knieartrose zit de pijn voornamelijk in en rondom uw knie, maar u kunt de pijn ook voelen in uw bovenbeen of heup. Artrose in de knie kan in een vergevorderd stadium leiden tot X-benen of O-benen

Download de factsheet knie- en heupartrose

Wat zijn risicofactoren?

Een aantal factoren kan de kans op artrose verhogen. Zo hebben vrouwen eerder last van artrose dan mannen en ook artrose in de familie verhoogt de kans om deze aandoening te ontwikkelen. Daarnaast kunnen de volgende factoren invloed hebben:

  • Overgewicht
  • Hogere leeftijd
  • Lichamelijk zwaar werk
  • (Sport)letsel
  • Traumatische ervaringen

Het is belangrijk om klachten bij artrose goed in de gaten te houden en op tijd hulp in te roepen van de fysiotherapeut om uw pijn onder controle te houden.

Wat is er aan de klachten te doen?

Roep de hulp van de fysiotherapeut in om uw pijn te verminderen zodat u uw dagelijkse bezigheden kunt blijven uitoefenen. Speciaal voor mensen met artrose is in diverse fysiotherapiepraktijken een beweegprogramma ontwikkeld.

Wat kan ik zelf doen?

Als uw gewrichten stijf aanvoelen of als u veel pijn heeft, kan het zijn dat u minder (goed) beweegt. Hierdoor kan uw conditie en/of spierkracht afnemen. Ondanks de pijn is het bij artrose heel erg belangrijk dat u blijft bewegen. Uw spieren worden hierdoor sterker en uw uithoudingsvermogen wordt groter. Probeer daarom om minstens vijf dagen per week minimaal 30 minuten matig intensief te bewegen. Bij matig intensief bewegen bent u niet buiten adem en bent u nog wel in staat om een gesprek te voeren. U kunt hierbij denken aan wandelen, fietsen, traplopen of zwemmen.

In principe zijn bewegen en sporten dus goed bij heup- en knieartrose, maar niet alle sporten zijn even geschikt. Zorg dat u uw lichaam niet overbelast en kies voor een aangepaste variant als de sport te zwaar is.

Algemene tips bij artrose:

  • Probeer minimaal een half uur per dag te bewegen.
  • Luister naar uw lichaam, doe rustig aan wanneer de klachten erger worden en ga door wanneer de pijn verdwijnt.
  • Neem af en toe rust tijdens het bewegen.
  • Bouw de duur, het aantal keren en de intensiteit langzaam op.
  • Beweeg op een zachte ondergrond als dat prettiger voelt.
  • Draag eventueel schoenen met schokabsorberende zolen.

Wat kan de fysiotherapeut doen en welke specialist kan mij behandelen?

Het belangrijkst is om een actieve leefstijl te houden. De fysiotherapeut kan u hierbij helpen. Door op een verantwoorde manier te bewegen gaat u zich minder stijf voelen en verbetert uw conditie. De fysiotherapeut zorgt samen met u voor de juiste houding en geeft u oefeningen, voorlichting en advies.

Wat is nekpijn?

De nek vormt de verbinding tussen het bovenlichaam en het hoofd. De nekwervels, spieren en andere verbindingen zorgen voor een stevige fixatie, maar laten tegelijkertijd ook mogelijkheden voor beweging over. Al deze structuren kunnen aanleiding geven tot nekpijn. Vaak voelt nekpijn aan als een zeurende pijn aan één of beide kanten van de nek of boven op de schouders. Soms kunt u uw hoofd minder goed draaien. De nekspieren voelen vaak gespannen en stijf aan.

Klachten en symptomen bij nekpijn

  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Oorsuizen
  • Concentratiestoornissen
  • Uitstralende pijn naar de armen
  • Tintelingen in de hand of vingers

Wat zijn risicofactoren?

Nekklachten ontstaan vaak geleidelijk. Verschillende werkgerelateerde eigenschappen staan bekend als risicofactor voor het ontstaan van nekpijn, zoals hoge werkdruk, langdurig in dezelfde houding werken of vanuit een ongemakkelijke of verkeerde werkhouding. Ook langdurig autorijden, hoge of juist lage armsnelheid tijdens het werk en werken in een tochtige omgeving kunnen ervoor zorgen dat de gewrichten niet meer goed bewegen en spieren verkrampen, waardoor de pijn ontstaat.

Whiplash

Nekklachten kunnen ook plotseling ontstaan, bijvoorbeeld na een aanrijding. Dit kan een whiplash tot gevolg hebben. Whiplash betekent letterlijk ‘zweepslag’. Uw hoofd beweegt onverwacht naar achteren en naar voren waardoor de banden en spieren in uw nek uitrekken. Een whiplash kan langdurige klachten met zich meebrengen maar meestal verloopt het herstel voorspoedig.

Wat kan ik zelf doen?

Meestal gaat nekpijn vanzelf over wanneer u gedoseerd actief blijft. Wanneer u risicofactoren zoveel mogelijk vermijdt en gevarieerd en voldoende beweegt, is de kans op snel herstel het grootst. Eventueel kunt u pijnstillers nemen. Bedrust is meestal niet nodig.

Klachten en symptomen bij lage rugpijn

Bij lage rugpijn heeft u pijn in uw onderrug die kan uitstralen naar uw bil of been. Vooral lang staan of zitten, maar ook bewegen, kan pijnlijk zijn. Waar rugpijn vandaan komt, is lastig om aan te geven. Meestal is er geen sprake van ziekte of blijvende schade. Rugpijn kan een vervelende invloed hebben op uw dagelijkse leven, maar het is prettig om te weten dat rugpijn in de meeste gevallen vanzelf overgaat.

Hernia

Wanneer u naast pijn in uw rug ook uitstralende pijn in één of beide benen, de rug en/of de bil heeft tot onder de knie (soms tot in de voet) en de pijn erger wordt bij persen, hoesten of niezen, kan het zijn dat u een hernia heeft. Een tussenwervelschijf drukt dan op één van de zenuwbanen van het centraal zenuwstelsel. Het is raadzaam om uw huisarts of een fysiotherapeut te raadplegen. Bij zeer ernstige herniaklachten kan een operatie nodig zijn.

Hoe vaak komen rugklachten voor en bij wie?

Lage rugpijn komt veel voor. Tussen de 50 en 90% van de volwassenen zal ooit in zijn leven een episode van lage rugpijn doormaken. Jaarlijks is dit ongeveer 20% van de bevolking. Sommigen krijgen maar één keer rugklachten, bij anderen komen de klachten geregeld terug.

Wat zijn risicofactoren?

Onder andere de volgende factoren kunnen de kans op rugpijn vergroten:

  • Te weinig lichamelijke activiteit
  • Lang in één houding zitten of staan (bijvoorbeeld repeterend werk)
  • Plotselinge, hevige inspanningen
  • Blootstelling aan veel trillingen (bijvoorbeeld door trillende voertuigen of machines)
  • Overgewicht
  • Stress

Wat kan ik zelf doen bij rugpijn?

Lage rugpijn gaat meestal vanzelf over. De ergste pijn verdwijnt vaak binnen één tot twee weken. Zelfs langdurige/hardnekkige rugklachten genezen meestal binnen zes tot twaalf weken.

Het belangrijkste advies is om zo normaal mogelijk te blijven bewegen, ondanks dat dit lastig kan zijn. Onderzoek heeft aangetoond dat níet bewegen meer kwaad doet dan goed. Blijf dus bewegen, maar forceer niets. Zwaar huishoudelijk werk, zwaar tillen of lang in één houding staan of zitten kunt u beter vermijden.

Het helpt om af en toe te wisselen van houding of een stukje te lopen. Vergeet niet om rustmomenten te nemen om ook te ontspannen. Stress zorgt namelijk voor een gespannen houding. Dit vergroot de kans op rugklachten. Bedrust is meestal niet nodig, maar soms kán het gewoon niet anders. Probeer in ieder geval om niet langer dan twee dagen in bed te blijven, anders wordt uw rug stijf en zijn uw spieren niet meer gewend aan beweging en inspanning.

Bij veel pijn kunt u pijnstillers nemen. Gebruik pijnstillers liefst maar enkele dagen en in ieder geval niet langer dan 12 weken. Neem contact op met uw huisarts of fysiotherapeut als de pijn na een week nog steeds erg hevig is of als het slechter gaat. Ook als bewegen na drie weken nog onvoldoende lukt, als de pijn uitstraalt tot onder de knie, als de kracht en/of gevoel in uw been afneemt of als u problemen krijgt met plassen, neemt u contact op met uw huisarts of fysiotherapeut.

Wat is een tennisarm (of tenniselleboog)?

Een tenniselleboog (ook wel tennisarm) is een overbelasting van pezen en/of spieren van de onderarm (de zogenaamde ‘polsstrekkers’). De aanhechtingen van de pezen van deze spieren zitten aan de boven-buitenkant van de elleboog. Soms zit de overbelasting aan de binnen-onderzijde van de elleboog. Dat heet een golferselleboog. De pijn is erg vervelend, maar niet schadelijk. De meeste tennisellebogen genezen vanzelf binnen 6 maanden.

Oorzaak

De belangrijkste oorzaak is overbelasting van de onderarmspieren die de hand strekken (tenniselleboog) of de hand buigen (golferselleboog).

Gek genoeg wordt slecht 5% van alle tennisellebogen veroorzaakt door tennis. Het is wel zo dat circa 50% van alle tennissers eens in hun tenniscarriere te maken krijgen met een tenniselleboog. Oorzaken voor het krijgen van een tenniselleboog kunnen gebruikelijke én ongebruikelijke activiteiten zijn. Zo komt het voor bij mensen die hun normale activiteiten (blijven) doen, maar waarbij hun lichaam er minder goed tegen bestand is. De belasting en de belastbaarheid van deze mensen is uit balans.

Klachten en symptomen bij een tennisarm

Een veelgehoorde klacht is een pijnlijke plek op en rond het bot aan de buitenzijde van de elleboog. De pijn kan uitstralen in de onderarmspieren en neemt toe bij bovenhands tillen van (zware) voorwerpen, knijpen (zoals bij iemand een hand geven) en bij strekken van de pols terwijl de elleboog recht is. Het vasthouden van voorwerpen zoals een mes, vork of een kopje of een pen kan moeilijk zijn. Ook kan het soms lastig en pijnlijk zijn om uw arm volledig te strekken en zijn er klachten tijdens het gebruik van een computermuis.

Hoe vaak komt een tenniselleboog voor en bij wie?

Twee procent van de bevolking heeft wel eens last (gehad) van een tenniselleboog. In de leeftijdsgroep tussen de 40 en 50 jaar is dit 10%. Meestal ontstaat een tenniselleboog aan de ‘dominante arm’ (de arm waarmee u schrijft). Een tennisarm is meestal niet sport-gerelateerd.

Wat zijn risicofactoren?

Overmatig gebruik van de onderarmspieren door herhaalde bewegingen, vormen de oorzaak van de klachten. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je schildert, kleding uitwringt, een schroevendraaier gebruikt of een computermuis veelvuldig gebruikt.

Wat kan ik zelf doen?

Het is belangrijk te weten dat een tenniselleboog in de meeste gevallen vanzelf over gaat. Om snel herstel te bevorderen kunt u zelf zorgen voor een goede doorbloeding van de pees door uw arm licht belast te blijven bewegen. Probeer bewegingen die de pijn veroorzaken zoveel mogelijk te vermijden. Er is geen bewijs dat doorgaan met sporten schadelijk is. U kunt ter verlichting van de pijn eventueel met een brace/elleboogband sporten, maar het herstel van de elleboogklachten gaat niet sneller door de tenniselleboogband.

Wat kunt u verder doen:
Oefen met lichte rekkingen van de pols, waarbij de vingers naar de binnenzijde van de onderarm worden gebracht en de arm langzaam gestrekt wordt. Beweeg, zonder belasting, binnen het bewegingsgebied waar de minste klachten optreden.

Wat is een blessure aan de hamstring?

Bij een hamstringblessure is weefsel van één van de hamstrings (de spieren aan de achterkant van het bovenbeen) beschadigd. Beschadiging ontstaat meestal tijdens het sporten bij het trekken van een sprint, een explosieve start of bij het plotseling moeten afremmen. Maar ook overmatige rek tijdens trappen of dansen of een onverwachte beweging in het dagelijks leven kan tot een hamstringblessure leiden.

Klachten en symptomen van een hamstringblessure

Bij een blessure aan uw hamstring ontstaat een felle pijn in het bovenbeen die lijkt op een messteek of zweepslag. Dit gaat gepaard met een gevoel van kramp. U kunt uw been moeilijk buigen en lopen (zelfs langzaam) doet veel pijn. Ook het rekken van de spier of de spier aanspannen tijdens buiging van het been is pijnlijk. De plek kan stijf worden en na een paar dagen kan er een bloeduitstorting aan de achterkant van het bovenbeen ontstaan.

Naast de hamstringblessure kan er sprake zijn van spierscheuring. Spierscheuringen zijn onder te verdelen in drie klassen:

Eerstegraads letsel
Het buigen van uw been geeft een onprettig gevoel, maar op wandeltempo is er nauwelijks pijn. De zwelling van het been is minimaal, wellicht wordt een lichte tinteling ervaren. In dit geval is een tot vijf procent van de spiervezels verrekt of beschadigd. Dit gaat meestal met rust vanzelf weer over.

Tweedegraads letsel
Drukken op de hamstring is pijnlijk en er is een zichtbare zwelling/verdikking aanwezig. Ook lichte belasting, zoals wandelen of fietsen, doet pijn en buigen van de knie is uiterst onprettig. Een afspraak met de fysiotherapeut is in dit geval aan te raden.

Derdegraads letsel
Lopen is erg pijnlijk en mogelijk zijn krukken nodig bij het verplaatsen. De pijn is niet alleen voelbaar in uw bovenbeen, maar ook in de naastgelegen spieren. Daarnaast is een grote zwelling aanwezig op het bovenbeen, mogelijk ook blauwverkleuring. Waarschijnlijk zijn meerdere spiervezels beschadigd. Een afspraak met de uw huisarts of een fysiotherapeut om de mate van schade én verdere behandeling te bepalen is sterk aan te raden. Een operatie kan nodig zijn bij volledige afscheuring van spieren.

Heeft u aanhoudende pijn? Neem dan altijd contact op met de huisarts of fysiotherapeut.

Hoe vaak komt een hamstringblessure voor en bij wie?

Hamstringblessures komen het meest voor bij sporters. Sporten waarbij veel snelheid, sprinten, draaien, aanzetten, overmatige rek, aanzetten, etc. gevraagd wordt brengen extra risico met zich mee. Ook is de kans op een blessure aan de hamstring groter wanneer u al eerder geblesseerd was aan uw hamstring, bij een slechte warming-up, vermoeidheid en overbelasting, verschil in beenlengte of in spierkracht van de hamstrings in het linker- en rechterbeen, instabiliteit van de knie, verkorte hamstrings of een scheefstand van het bekken.

Wat kan ik zelf doen?

Om snel te herstellen adviseren fysiotherapeuten het volgende:

  • Beweeg de hamstring op geleide van pijn. Zo lang nog geen diagnose is gesteld, is het raadzaam om pijn zoveel mogelijk te vermijden.
  • Leg een drukverband aan.
  • Koel de getroffen hamstring, bijvoorbeeld met een dichtgeknoopte plastic zak met ijsblokjes en een scheutje water (de ideale koeltemperatuur ligt tussen 0-7 ºC) gedurende 15 minuten. Herhaal dit vier tot zes keer, verdeeld over de dag. Na één à twee dagen is het van belang om rustig te blijven bewegen, waarbij explosieve en verende bewegingen absoluut vermeden moeten worden.

Zodra de ergste zwelling en pijn verdwenen zijn, kunt u beginnen om de belasting voorzichtig op te bouwen.

Wat is een frozen shoulder?

Een frozen shoulder wordt gekenmerkt door pijn in en rondom de schouder, vaak uitstralend tot in de bovenarm. Deze pijn houdt vaak weken aan en neemt geleidelijk in ernst toe. Na enige weken tot maanden treedt er een toenemende stijfheid in de schouder op. De pijn wordt veroorzaakt door een ontsteking van het binnenste van het gewrichtskapsel. De bewegingsbeperking ontstaat door een geleidelijk toenemende verstijving van het buitenste van het gewrichtskapsel. Dit wordt fibrosering genoemd.

Klachten en symptomen van een frozen shoulder

Een frozen shoulder ontstaat vaak zonder duidelijke aanleiding en wordt regelmatig in eerste instantie gediagnostiseerd als een slijmbeursontsteking of peesontsteking. Pas na verloop van enkele weken tot maanden wordt de werkelijke diagnose gesteld. Soms is er een duidelijk verband met een voorafgaande gebeurtenis (val of operatie) of aandoening. Deze zeurende pijn is vrijwel continu aanwezig en verergert bij plotselinge bewegingen. De pijn kan nog minuten lang aanhouden na een plotselinge beweging. Ook de arm te lang stilhouden is vervelend en liggen op de zij is vaak onmogelijk.

U voelt de pijn vooral diep in de schouder en vaak ook in de bovenarm. U kunt uw schouder niet goed bewegen, ook niet als een ander dit bij u probeert. Aan- en uitkleden gaat moeilijk. Dat geldt ook als u iets uit een hoge kast pakt, auto rijdt of iets in uw achterzak stopt. Het verloop van een frozen shoulder kent drie stadia:

1. De ‘verstijvende’ fase
Deze duurt zes weken tot maximaal negen maanden. De pijn neemt geleidelijk toe en de beweeglijkheid neemt af.

2. De frozen – ‘bevroren’ fase
De pijn in de schouder neemt langzaam af, maar de stijfheid blijft. Deze fase duurt vier tot negen maanden.

3. De ‘ontdooiende’ fase
De pijn vermindert verder en de beweeglijkheid komt langzaam terug tot (nagenoeg) normaal. Deze fase duurt tussen de vijf maanden en twee jaar. Circa 5 procent van de mensen met een frozen shoulder houdt ook na de laatste fase langere tijd een pijnlijke en stijve schouder.

Een frozen shoulder herstelt vrijwel altijd vanzelf, maar neemt wel veel tijd in beslag: tien maanden tot meer dan drie jaar. Pijnbestrijding en fysiotherapie kunnen het herstel positief beïnvloeden.

Hoe vaak komt een frozen shoulder voor en bij wie?

Zo’n 2 tot 5% van de Nederlandse bevolking heeft wel eens een frozen shoulder gehad, vaak tussen het 40ste en het 60ste levensjaar. Mensen met diabetes lopen meer risico. Onder hen heeft tussen de 10 en 23% last van een frozen shoulder. Bij diabetespatiënten duurt de aandoening vaak langer en is het effect van de behandeling minder goed te voorspellen. Een te snel of te langzaam werkende schildklier, de ziekte van Parkinson en bepaalde hart- en vaatziekten, zoals een hersenbloeding, verhogen ook de kans op een frozen shoulder.

Wat kan ik zelf doen bij een frozen shoulder?

Het is goed om ook met een frozen shoulder, binnen de pijngrens, te blijven bewegen. Eventueel kunnen uw werkzaamheden worden aangepast. Als de pijnklachten afnemen en de beweeglijkheid geleidelijk weer toeneemt, kunt u de dagelijkse activiteiten weer wat opvoeren en zult u merken dat de kracht in uw arm weer terugkeert. U hoeft daar geen aanvullende oefeningen voor te doen.

De meest gestelde vragen over pijn of een blessure aan de achillespees en fysiotherapie.

Wat is een achillespeesblessure?

De achillespees is een soort kabel die de kracht van de kuitspieren overbrengt op het hielbeen. Dit zorgt ervoor dat u kunt lopen. Tijdens sporten kan overbelasting ontstaan; (kleine) beschadigingen in het peesweefsel. Ook gebruik van verkeerd schoeisel of een misstap kan de achillespees beschadigen. U voelt pijn in de aanhechting van de pees op de hiel, in de pees met het omringende weefsel of in de slijmbeurs in de diepte aan de voorzijde van de pees. Een achillespeesblessure ontstaat meestal geleidelijk.

Klachten en symptomen van een blessure aan de achillespees

Het eerste teken van een blessure aan de achillespees is pijn bij het opstaan boven uw hielbeen. Bij de eerste stappen die u met blote voeten zet, voelt uw achillespees pijnlijk aan. Deze pijn verdwijnt in eerste instantie meestal snel. Soms is de achillespees rood en opgezwollen.

De vijf stadia van pijn na inspanning zijn:

  1. Pijn na langdurige inspanning, die na enige uren spontaan verdwijnt.
  2. Pijn tijdens de warming-up die tijdens de inspanning afneemt en daarna terugkomt.
  3. Pijn tijdens én vlak na de inspanning en ’s nachts, de pijn verdwijnt pas na langdurige rust.
  4. Hetzelfde als punt 3, maar dan inclusief prestatievermindering.
  5. Constante pijn die niet meer verdwijnt, ook niet na langdurige rust.

Doortrainen met een ontsteking verergert de pijn en bemoeilijkt het herstel.

Hoe vaak komt de aandoening voor en bij wie?

Een achillespeesblessure komt vaak voor in sporten waarbij veel explosieve- en sprongbewegingen voorkomen (bijvoorbeeld badminton, atletiek) en bij langdurige belasting, zoals wandelen of hardlopen. Goed schoeisel en een warming-up en cooling-down bij het sporten zijn belangrijk. Verkorte of stijve kuitspieren, beenlengteverschil, een te harde ondergrond bij het sporten (beton, asfalt), eenzijdige trainingsvormen of een te snelle intensiteitsverhoging kunnen het risico op een blessure aan de achillespees vergroten. Mannen hebben een grotere kans op chronische (= langdurige) achillespeesproblematiek dan vrouwen, met name mannen boven de dertig jaar.

Wat kan ik zelf doen?

Met name als de eerste klachten zich nog maar net voordoen kunt u zelf veel doen om erger te voorkomen:

  • Meteen na het ontstaan van uw blessure koelt u de achillespees gedurende 15 minuten met ijs. Masseer het gebied rond de pijnlijke plek met een ijsblokje of leg uw been op een stoel met een coldpack of een zak met ijs onder de achillespees. Leg een theedoek tussen de huid en de ijszak, zodat uw huid niet kan beschadigen door bevriezing. Herhaal dit koelen drie tot vijf keer per dag.
  • Controleer uw sportschoenen; zijn ze afgetrapt, slap of staan ze scheef? Koop eventueel nieuwe schoenen om trainingsbelasting te verminderen.
  • Stop met belastende trainingsvormen of pas deze aan om beginnende peesklachten te laten genezen. Zoek andere bewegingsvormen om uw conditie op peil te houden, fietsen of aquajogging bijvoorbeeld.
  • Laat uw kuitspieren masseren als deze stijf zijn.
  • Als u na twee tot vier weken geen duidelijke verbetering ervaart, vraag dan advies bij de huisarts of fysiotherapeut.

Wat is een verstuikte enkel?

Wanneer uw voetzool te ver naar binnen of naar buiten draait, kunt u uw enkel verzwikken. Om de enkel te verstevigen zit er een gewrichtskapsel omheen dat er samen met pezen en spieren voor zorgt dat de enkel stabiel blijft. Wanneer u uw enkel verstuikt, rekken meestal de enkelbanden aan de buitenzijde van de enkel uit en ontstaan er kleine scheurtjes. Dit heeft een verzwikte enkel tot gevolg. Op het moment van de verzwikking kunt u het gevoel hebben gehad dat er iets scheurde of knapte.

Klachten en symptomen bij een verzwikte enkel

Lopen en staan met een verstuikte enkel is moeilijk en pijnlijk. Door een bloeduitstorting kan de enkel blauw worden en dik aanvoelen.

Wat zijn risicofactoren?

De kans op een verstuikte enkel neemt toe als u:

  • een verminderd gevoel voor evenwicht heeft
  • beperkte beweeglijkheid van de enkel heeft
  • wandelt, loopt of sport op ongelijke grond
  • sporten beoefent waarbij mensen tegen elkaar botsen zoals volleybal of (zaal)voetbal
  • schoeisel draagt dat niet passend is bij uw activiteiten
  • al eerder een verstuikte enkel heeft gehad.

Hoe behandelt een fysiotherapeut uw enkelklachten?

Bij een lichte tot matige verstuiking van de enkel is het belangrijk de zwelling en pijn te verminderen. De fysiotherapeut kan daarom een zwachtel aanbrengen of u het advies geven een elastische kous te dragen. Bij een zwaardere blessure heeft de enkel ondersteuning nodig van tape, een brace of een spalk. Een ernstige verstuiking kan behandeld worden met kortdurend gipsverband gevolgd door een tapeverband of, in uitzonderlijke situaties, een operatie.

De fysiotherapeut kan u oefeningen geven om de stabiliteit van uw enkel te verbeteren en de kracht te vergroten. Wanneer u vaker een verzwikte enkel heeft gehad, kijkt de fysiotherapeut ook of hij de oorzaak daarvan kan achterhalen om daar samen met u aan te werken. Zo kan hij u bijvoorbeeld helpen uw looptechniek te verbeteren.

Wat kan ik zelf doen?

Probeer de enkel zo snel mogelijk na de verstuiking te koelen om de zwelling tegen te gaan. Het liefst met de schoen aan, omdat dit de zwelling minimaliseert en om ervoor te zorgen dat de schade niet verergert (voor het geval er sprake is van een breuk). Koel 15 tot 20 minuten met koud stromend water of met ijs. Wikkel het ijs in een theedoek of washandje om ervoor te zorgen dat de huid niet bevriest en herhaal dit vier tot vijf keer. Naast het koelen van de enkel kunt u het volgende doen:

  • leg de enkel hoog om de zwelling te verminderen
  • laat de enkel rusten tot de ergste zwelling weg is
  • draai rondjes met uw tenen of voet: dit stimuleert de doorbloeding, dringt de zwelling terug en voorkomt dat de enkel stijf wordt.

Als u na het koelen nog steeds veel pijn hebt of nog niet kunt steunen op de enkel, raden wij u aan om langs te gaan bij uw huisarts of een fysiotherapeut.
Om langdurige klachten na de enkelblessure te voorkomen is het verstandig om vlak na de verzwikking relatieve rust te houden en zodanig normaal proberen te lopen dat de klachten in drie dagen afnemen. De enkel moet in beweging blijven en u probeert zoveel mogelijk uw normale looppatroon behouden.  Als u een paar dagen na de ‘misstap’ weer gewoon op uw enkel kunt staan en lopen, kunt u de enkel weer normaal belasten. Wees de eerste periode wel extra voorzichtig!
Neem op tijd contact op met uw arts of fysiotherapeut wanneer de pijn blijft toenemen, de enkel erg stijf en instabiel is of u het gevoel hebt dat het gewricht blokkeert.